A King(dom) Love-poem

The mighty God of universe
Who created mountains and space
dwells within me
and surrounds me with His arms of grace

A desire to expose Your greatness
a burning fire within..

-You are really enough
you are everything-

.. makes me fly
far beyond mountains and space
to the place where I hear your voice
‘My daughter, rest in my grace’.

That place, far beyond universe
Is nearer than the place my feet stand
I is Your dwelling place within
The mighty God so near, I can’t comprehend

If this mighty Father God
came so close, so near
There is nothing in heaven and earth
I will ever fear

Human voices fades away
Because the thunder of Your creating voice
lifts me up an enlightens me
Gazing on the beauty of the son of You choice

Dear mighty God of universe
Only gazing, drinking, graciously taking
Is what You desire in reverse
No words can describe the mighty kingdom You’re making

Your kingdom everlasting
is breaking through
I see, I smell, I sense
In me, my friends, my city

Break through, break through

Thirsty, dry, dusty
Crying for satisfaction
Yearning for a real touch
of Your affection

Let Your mighty voice thunder
Let the heavens pour out
Your healing streams of mercy

Pour out, Pour out.

Full of hope I raise my hands
to touch more of the first rain
Drown me in Your endlessness power
Let me taste that joy of harvesting the first grain

High and low
Strong and weak
King and servant
I adore You

 

 

Maria

Verlangend naar een glimp van Hem, naar een woord van Hem, naar een aanraking van Hem, een ontmoeting met Hem…
… zoek ik mijn heil net over de grens in het Belgische Meersel-Dreef. De Maria tuin tegenover de kerk is aardig groot park met wandelpaden langs bomen, beekjes en beelden.
De rij auto waartussen ik de mijne zet, verraad dat er iets gaande is. De sereniteit en rust die ik hoopte te vinden wordt verstoord door een versterkte stem van een priester die een grote groep mensen voorgaat in een mis, voor de Maria grot.
Tussen het Latijn en gezang van mensen die misintenties hebben aangevraagd, klampt mijn dorstige ziel zich vast aan de herkenning en de warmte van ‘in de Naam van de Vader, in de Naam van de Zoon, in de Naam van de Heilige Geest’, waarop geantwoord wordt met een gezang. Ik loop zo ver mogelijk weg van het geluid en zoek een plekje… ik ben niet goed in lopend bidden, mediteren of lezen… helemaal niet hier, zo blijkt…

In deze tuin kan ik ‘Hem’ zien, tegen ‘Hem’ praten, ‘Hem’ aanraken…. maar ik vind Hem niet in de uitgemergelde witte ‘Christussen’ hier ten overvloede present.
Ik zoek mijn Jezus maar zie Hem niet als een breekbaar, skeletachtige man met een té vrouwelijk gezicht.
Uiteindelijk vind ik een bankje tegenover een beeld waar niemand langs loopt. Zou het toevallig zijn? Boven deze heilige vrouw staat: ‘Draag uw kruis en het kruis zal u dragen’. Ik probeer Hem te horen in die woorden, maar vind de connectie niet.

Soms helpt een omgeving als deze mij wel, vind het ook wat veiliger voelen dan alleen in het bos te wandelen, te zitten, want wandelen werkt niet…  of denk ik dat het niet werkt. Vinden mijn protestante wortels pas water in concentratie en een boek? Denk ik dat dat mijn dorst lest, of wil Jezus mij ontmoeten op Zijn manier zonder concrete woorden en letters? Maar mij omgeven met Zijn aanwezigheid. Hoe dan ook… wat ik dan wel heb met een Maria is dat zij aan de voeten van Jezus zat.

Afbeeldingsresultaat voor draag uw kruis en het kruis zal u dragen meersel dreef

Over luizenmoeder, harde grond en dorst

Ik zei het gister nog: wàt geniet ik van ons werk. De mensen, de mooiheid van mensen, hun karakter, ziel, liefde.

Als ik soms nog denk dat ik hier vooral kwam om te geven (zelfs het Mooiste Cadeau) , al snel krijg ik vooral zoveel: eerlijkheid in vriendschappen waar heel wat christenen hun vingers doorgaans niet aan willen branden, openheid en nieuwheid als het gaat om ideeen over of ervaringen met God die zo vaak veel dichter bij de de écht Jezus liggen als die van mij. De moeite die gedaan wordt om iets speciaals voor mij te maken of uit te kiezen. De zorgvuldigheid maar o zo persoonlijke feedback die ik krijg wanneer vriendin vind dat ik te snel ja heb gezegd op iets wat eigenlijk teveel is (ja maar, ik moet toch dienen).

Specifieker, ik hou van Nederlanders, ik hou van mijn generatie.. zo open.
Volgens mij is er geen generatie zó open geweest voor Messias. Ja, het klopt wel, open voor alles, maar ook wagenwijd open voor Hem. Zo dorstig, monden wagenwijd open om zich te kunnen laven aan het levend water dat hun dorst zal lessen. Meer, méér water. Blijven drinken…
Neem nou de wijdvermaarde serie Luizenmoeder. Van links en rechts  en van boven (de rivieren) en onder commentaar. Maar kíjk, KIJK naar deze mensen. Het is de generatie van nu en straks. Zijn ze niet allemaal wagenwijd open? (Jij maakt nu toch ook een rondedansje! Dit is toch fantastisch! Al deze prachtig mooie mensen, creaties van een persoonlijke God. Niet van een engeltje op hun schouder wil contact, de Allerhoogste Himself)

Droge grond is hard. Ja… harde grond. Zeggen we vaak ‘harde grond voor het Evangelie’.
Droge grond is hard, droge grond is stoffig, droge grond krijgt scheuren. Hoe droger, hoe groter de scheuren, gapende wonden, wagenwijde monden voor… ja inderdaad. Voor water.

Elia was een mens als wij. Hij bad om regen (na immense droogte) en ‘de hemel gaf regen en de aarde bracht haar vrucht voort’ (Jak.5)

Onder ‘mij raak je niet’ of ‘ik tolereer alles’ of ‘ik ben de enige norm’… zitten harten met droge bodem, klaar voor regen uit de hemel.

Bid ik voor regen? Verwacht ik vrucht? Juist bij deze generatie.

Harde grond, je mag het van mij best zeggen. Maar bedenk dan wel: harde grond = dorstige grond en heeft alles te maken met wagenwijd open en heel, heel, heel veel dorst!

Giet je mee?

Afbeeldingsresultaat voor water on dry ground flower

Stof zijt gij

Daar reed zowaar de paus door Breda, omringt door zijn getrouwe dienaren zong hij een …. ach laat ook maar.
Met carnaval is het wel weer even heel duidelijk. Breda is klaar met de kerk, klaar met het gezag dat zij jarenlang uitoefende.
Woensdag vertelde een oude Bredanaar hoe en waarom men het askruisje ging halen op aswoensdag en: “tja, wat moest je dan ookal weer tegen de priester zeggen, de tweede regel weet ik nog wel …. tot stof zult gij wederkeren.”

“Stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren” zei ik de dag erna tegen een andere katoliek van ooit… “Ik hoop dan wel dat het zijde lappen zijn en geen grof katoen” antwoorde hij.
Ik ben bang dat de katoliek kerk hier in as ligt, de welopgevoede katolieke kindertjes van toen die voor schooltijd om 7:00 de kerkbanken inschoven voor de eerste mis, ging je er niet heen dan zwaaide er wat, weten niet wat al het geleerde betekend.

Carnaval is voorbij, de lege flesjes, blikje, confetti en kapotte berenpakken liggen langs de weg. In zak en as zit niemand, geen askruisjes meer, geen vastenstijd meer.

De gore grapjes, het gelal van een nep paus.
Het opzeggen van honderden kinderstemmetjes van het ‘Wees gegroet’ en het ‘Onze Vader’, het is verstomd.

Toch niet helemaal… mijn in dino-pak gekleede jongen, nog opgetogen van de verkleedpolonaise op school, zingt ‘Ina hazal joum’ (dit is de dag in Arabisch), zijn jongere broertje haakt enthousiast aan… Ik hoop, bid, geloof dat -hoewel arabisch- de inhoud voor hen levendig zal blijven en niet in rook op zal gaan.

 

 

Geen flauw spelletje!

Schep vreugde in de Heere, dan zal Hij u geven wat uw hart verlangt (Ps.37:4).

Als schoolkind heb ik vaak lang en ingewikkeld nagedacht over deze bijbeltekst, voornamelijk tijdens zondagse preken die ik niet begreep en als mijn onzichtbare ‘hoeden- collector’ zijn werk had gedaan tijdens het lange gebed door stiekem alle hoeden van de vrouwenhoofden af te halen zodat ze allemaal zouden schrikken wanneer het de dominee ‘amen’ zei en hun ogen weer open deden en ik weer wist hoeveel pijpen het orgel had (die dunne zijn vooral héél lastig te tellen van een afstand). Ik vroeg me dan af of ik wel echt het verlangen mijn hart zou krijgen wat ik had vóór ik mij ‘ging verlustigen in den Heere’ of dat het een slim spelletje van Hem was… want als ik vreugde ging scheppen in de Heere, dan veranderde ondertussen mijn verlangens natuurlijk! Flauw, ik zou dan dus uiteindelijk helemaal niet krijgen wat ik wilde.

Ik hou nog te vaak graag vast aan mijn eigen verlangens en denk recht te hebben op ‘normale (?) dingen’, zoals een kerst zonder snottebellen, oorontsteking, doosjes zetpillen en hoestdrank, niet eerder gewekt worden dan 6:45, meer dan 3 paar mooie kleding te hebben, stevige schoenen voor de kids, gezond eten, een keer kan winkelen zonder op elke cent te hoeven letten en dat ik bijvoorbeeld natúúrlijk niet naar de prullenbak op de overloop loop voor een stukje plastic maar dat gewoon in de oudpapier bak onder mijn bureau gooi, ‘zeg onder het lezen hoef je toch niet persé op te staan’.
Ook nu onze box is opgeruimd en  daar precies ruimte is voor een al lang begeerd vitrinekastje van de IKEA denk ik daar recht op te hebben. Ik betrap me er zelfs soms op dat ik jaloers ben op mijn buurvrouw die, nadat zij haar kids naar school heeft, alle tijd heeft om ongestoord te naaien (zonder dat een peuter ook op het ‘gaspedaal’ onder de tafel duwt of er met de stof vandoor gaat zodat de naald breekt) of uitgebreid de douche kan schrobben zonder dat een peuter zichzelf ondertussen baddert.
“…ik was bijna misgestapt, het scheelde maar weinig of ik was uitgegleden. Want ik was jaloers op de mensen zonder God toen ik hun vrede zag (….) tot ik Gods heiligdom binnenging en op hun einde lette…” (Ps.73)
Rechten denken te hebben leidt tot een ontevreden ondankbaar akelig persoon dat haar afgoden poetst zonder dat ze echt ‘verzadigen’. 

Waarom weegt u geld af voor wat geen brood is en uw arbeid voor wat niet verzadigen kan?
Luister aandachtig naar Mij, eet het goede en laat uw ziel vreugde scheppen in de overvloed. (Jes. 55)

Ik herrinner me een citaat uit een oud boekje van Oswald Chambers dat Jacob en ik samen lazen toen we nog verkering hadden ‘God geeft overvloedig Hij zal je nooit op de laatste cent beknibbelen’. En inderdaad ik kan een hele rij met zichtbare, tástbare Godsgeschenken (géén rechten) opnoemen waarmee Hij ons in overvloed zegent jaar na jaar. En dat gaat inderdaad niet om een paar centen!

O alle dorstigen, kom tot de wateren en u die geen geld hebt, kom, koop en eet, ja kom, koop zonder geld, zonder prijs wijn en melk. (Jes. 55)

Als schoolkind zong ik het al, op hele noten, met een hoed op en onderbegeleiding van de zorgvuldige getelde pijpen van het orgel:

“Wien heb ik nevens U omhoog?
Wat zou mijn hart, wat zou mijn oog,
Op aarde nevens U toch lusten?
Niets is er, waar ik in kan rusten.
Bezwijkt dan ooit, in bitt’re smart
Of bangen nood, mijn vlees en hart,
Zo zult Gij zijn voor mijn gemoed
Mijn rots, mijn deel, mijn eeuwig goed.”
(Psalm 37:13 – berijming van 1773)

Gerelateerde afbeelding

Het kruis is niet leeg…

Hij was veracht, de onwaardigste onder de mensen,
Een man van smarten, bekend met ziekte,
en als iemand voor wie men hen gezicht verbergt.
Hij was veracht en wij hebben Hem niet geacht.
Ik heb het altijd lelijk en oneervol gevonden om lang te kijken naar de lijdende Jezus. Zijn kwetsbaarheid en hart dat bloedde van afwijzing is te naakt, is té. -misschien denk ik er daarom nooit aan katoliek te worden- Ik word ongemakkelijk van zijn blote kwetsbaarheid, klaar om pijn gedaan te worden door mij en anderen. Want als ik langer kijk, kijkt Hij naar mij vanaf dat splinterkruis waaraan Hij bloed en lijdt. Kijk niet naar mij!
Vond het altijd bizar dat Jezus gebukt onder zijn lijden-last, zijn hart nog steeds open, bloedendgetrapt, meer lijden op zich neemt door het verdriet, ontgoogeling, alleengelatenheid, zelfs van zijn martelaren, zich één mee maakt en erin andemt en spreekt.
Wanneer Hij mij – dwars door muren heen, naar mijn naakte, fragiele, gewonde, verraden hart- vol liefdevolle aanvaarding en mededogen aankijkt én…. aanráákt, Zich vereenzelvigd, dan is er geen snelle oplossing of uitvlucht meer voor mijn pijn. Terwijl Hij mij helend aanraakt, vanuit Zijn lijden en Zijn wonden, laat Hij mij de pijn voelen in alle hevigheid.
Daarom vind ik de lijdende Jezus lelijk. Ik wil het lijden niet aankijken – ik verberg mijn gezicht voor Hem, ik kijk weg van (Zijn) lijden–  want te lang kijken is vereenzelvigen, is voelen, is mee-lijden. Man van smarten, als een schaap naar de slacht geleid… Hij deed Zijn mond niet open! De koning hield zijn eer niet vast, liet zich onteren.  De kapotte gemartelde Jezus. De in Zijn eer aangetaste, vernederde koning. Ik begrijp dat mensen Hem verafschuwde, Hem opnieuw afwezen en Hem dood wilde.Gestalte of glorie had Hij niet, als wij Hem aanzagen was er geen gedaante dat wij Hem begeert zouden hebben.”

Blijven kijken naar iemands bloedende hart vind ik moeilijk. Zeker bij de mensen het dichtste bij mij. Mijn oudste zoontje. Ja, mijn jongetjes is kwetsbaar, ja mijn jongen gaat lijden, ja dit jongetje gaat op zijn hart getrapt worden, ja mijn jongen zal gekwetst worden en verraden, maar dan niet alleen troosten en beschermen, maar blijven kijken en durven voelen dat het kwetsbaar en héél fragiel voelt, als he dunste kristallen wijglas… dat breekt, waar je je snijd aan de scherven en splinters. Samen. Hij en ik midden in zijn scherven. Midden in zijn zeer, deel uitmaken van zijn lijden. En niet bang zijn voor de pijn die we dan samen voelen. Niet bang zijn om angste te hebben voor die scherpe snijdene pijn. –Wees nooit bang voor wat breekt, omdat Christus alles heelt- “Door Zijn striemen is voor ons genezing gekomen”

Snelle oplossingen en oppervlakkige troost, zonder dat jezelf onder het bloed en smurrie van de lijdende ander komt te zitten is niet de eervolle weg -ongetwijfeld dat ook hierdoor mijn oplossingsgerichte denken zo overontwikkeld is, angst voor mee-lijden-.

Vluchtend voor lijden, eenzaamheid, pijn en verraad, ben ik mezelf lelijk gaan vinden als ik lijd, of als ik vies wordt van het meelijden. Ik associeer lijden en pijn met vreselijke eenzaamheid en bijna dood gaan aan dat zere hart. Ik vlucht omdat mijn hart open was, maar verraden, ik heb muren gebouwd omdat het te zeer deed om op je binnenste getrapt en vernederd te worden.
Jezus is hét voorbeeld in het leven zonder muren met een wijd open hart.
Open om ontmoet te worden, erop getrapt te worden, geliefd en geëerd te worden, vernederd te worden…. “…om onze overtredingen verwond, (…) om onze ongerechtigheid verbrijzeld”
En al vluchtend voor pijn ren ik recht in Zijn open armen en Hij drukt mij tegen Zijn eigen bloedend, verwonde, verradenhart en zegt: Je bent niet meer alleen. Ik ben. Immannuel. Door Mij aan te kijken en Mijn wonden aan te raken, genees Ik jou.

“Laat de gebrokenheid maar komen.
Houd je niet langer vast aan een maatstaf van perfectie,
maar laat je vasthouden door armen van genade.”
Ann Voskamp uit ‘Gebroken leven’.

PS. … en een poosje naar een crucifix kijken is zo gek nog niet, en roep nou niet gelijk: ‘het kruis is leeg!’

Gerelateerde afbeelding

Met mijn ogen dicht

“Een kaars kan duizenden andere kaarsen aansteken en wordt er op geen enkele manier minder van, maar herleeft juist op duizend manieren. 
Het enige leven dat het leven waard is, is het leven dat je verliest.”
– Ann Voskamp in Gebroken leven-

Ik zet het oude houten trapje dat mij naar de bergzolder heeft gebracht even rechtop. Jezra speelt boven en ik wil liever niet dat hij ook dat gammele stijle trappetje op gaat.
Ik zoek met een zaklamp naar de foto albums, in ons vorige huis lagen ze altijd beneden en de enige die nu beneden ligt is al haast versleten van het op halen van de herrinneringen met de jongens (wie heeft ooit bedacht dat fotoboeken perfect netjes moeten blijven). Ik sjouw de stapel herrinneringen naar het gat in de zolder. Wil de trap schuin zetten, maar hij glijd weg… de trap glijd weg en valt op de grond beneden mij. “Oh, ooow” zegt Jezra. Ik zeg iets anders en kijk daarna wanhopig naar beneden en omhoog naar God en zeg: “wat nu? WAT NU? Mijn trap is weg en mijn zoontje speelt drie meter onder mij. Terwijl ik me afvraag of dit een manier is van gebroken worden, kijk ik over de schemerige zolder naar iets waarmee ik de trap omhoog kan hengelen. Tevergeefs, een oude gitaar is niet langer dan anderhalve meter.
Ik zou m’n benen breken als ik omlaag spring boven op dat houten onding. En terwijl ik Jezra geruststel met zoete woordjes dat mama zo komt, nog heel eventjes, kijk ik weer naar de lage verdieping onder mij, die lager is dan ooit. Terwijl Jezra op de vensterbank van zijn kamer klautert en aan de hendels van het raam gaat trekken moet ik de sprong wagen. Ik gooi dekens, kussens, zakken met kleding op de trap, schiet een gebedje omhoog terwijl ik m’n ogen dicht doe en spring.

De telefoon gaat en ik weet dat het Jacob is die belt voor het wachtwoord van een skypegesprek dat een aantal minuten geleden zou beginnen. Ik schreeuw huilerig tegen hem dat ik dat nu echt niet weet omdat ik net van de zolder afgesprongen ben.
‘O stoer van je zeg’. ….. Alles wordt stil, alles om me heen veranderd… wát zeg je? Stoehoeer? Weet je hoe eng ik het vond.
Als Judah later mijn verhaal aanhoord zegt hij ookal: Soow mam, daar ben jij echt goed in zeg?

Het springen van de zolder staat voor mij voortaan symbool als een illustratie van gebrokenheid. Jezelf geven in Gods handen, zoals Jezus zich gebroken liet worden aan het kruis en daar vóór dankte terwijl hij het brood brak… dat is stoer, dat is moed, dat is iets anders dan die lafhartige geest die ik zo vaak inmezelf ontdek. Die zichzelf wil beschermen, de situatie in handen wil houden, bang is mezelf perongeluk weg te geven en kwijt te raken terwijl ik oefen in een ‘gevend leven’.

“De overvloedige weg naar het leven is de paradoxaal gebroken weg:
Geloven dat we leven met voldoende tijd, voldoende middelen, voldoende God.
Iedere angst om iets te geven aan Gods koninkrijk zit helemaal mis. “
– Ann Voskamp in Gebroken leven-

Afbeeldingsresultaat voor met kaars kaars aansteken

op missie in Breda