Geen flauw spelletje!

Schep vreugde in de Heere, dan zal Hij u geven wat uw hart verlangt (Ps.37:4).

Als schoolkind heb ik vaak lang en ingewikkeld nagedacht over deze bijbeltekst, voornamelijk tijdens zondagse preken die ik niet begreep en als mijn onzichtbare ‘hoeden- collector’ zijn werk had gedaan tijdens het lange gebed door stiekem alle hoeden van de vrouwenhoofden af te halen zodat ze allemaal zouden schrikken wanneer het de dominee ‘amen’ zei en hun ogen weer open deden en ik weer wist hoeveel pijpen het orgel had (die dunne zijn vooral héél lastig te tellen van een afstand). Ik vroeg me dan af of ik wel echt het verlangen mijn hart zou krijgen wat ik had vóór ik mij ‘ging verlustigen in den Heere’ of dat het een slim spelletje van Hem was… want als ik vreugde ging scheppen in de Heere, dan veranderde ondertussen mijn verlangens natuurlijk! Flauw, ik zou dan dus uiteindelijk helemaal niet krijgen wat ik wilde.

Ik hou nog te vaak graag vast aan mijn eigen verlangens en denk recht te hebben op ‘normale (?) dingen’, zoals een kerst zonder snottebellen, oorontsteking, doosjes zetpillen en hoestdrank, niet eerder gewekt worden dan 6:45, meer dan 3 paar mooie kleding te hebben, stevige schoenen voor de kids, gezond eten, een keer kan winkelen zonder op elke cent te hoeven letten en dat ik bijvoorbeeld natúúrlijk niet naar de prullenbak op de overloop loop voor een stukje plastic maar dat gewoon in de oudpapier bak onder mijn bureau gooi, ‘zeg onder het lezen hoef je toch niet persé op te staan’.
Ook nu onze box is opgeruimd en  daar precies ruimte is voor een al lang begeerd vitrinekastje van de IKEA denk ik daar recht op te hebben. Ik betrap me er zelfs soms op dat ik jaloers ben op mijn buurvrouw die, nadat zij haar kids naar school heeft, alle tijd heeft om ongestoord te naaien (zonder dat een peuter ook op het ‘gaspedaal’ onder de tafel duwt of er met de stof vandoor gaat zodat de naald breekt) of uitgebreid de douche kan schrobben zonder dat een peuter zichzelf ondertussen baddert.
“…ik was bijna misgestapt, het scheelde maar weinig of ik was uitgegleden. Want ik was jaloers op de mensen zonder God toen ik hun vrede zag (….) tot ik Gods heiligdom binnenging en op hun einde lette…” (Ps.73)
Rechten denken te hebben leidt tot een ontevreden ondankbaar akelig persoon dat haar afgoden poetst zonder dat ze echt ‘verzadigen’. 

Waarom weegt u geld af voor wat geen brood is en uw arbeid voor wat niet verzadigen kan?
Luister aandachtig naar Mij, eet het goede en laat uw ziel vreugde scheppen in de overvloed. (Jes. 55)

Ik herrinner me een citaat uit een oud boekje van Oswald Chambers dat Jacob en ik samen lazen toen we nog verkering hadden ‘God geeft overvloedig Hij zal je nooit op de laatste cent beknibbelen’. En inderdaad ik kan een hele rij met zichtbare, tástbare Godsgeschenken (géén rechten) opnoemen waarmee Hij ons in overvloed zegent jaar na jaar. En dat gaat inderdaad niet om een paar centen!

O alle dorstigen, kom tot de wateren en u die geen geld hebt, kom, koop en eet, ja kom, koop zonder geld, zonder prijs wijn en melk. (Jes. 55)

Als schoolkind zong ik het al, op hele noten, met een hoed op en onderbegeleiding van de zorgvuldige getelde pijpen van het orgel:

“Wien heb ik nevens U omhoog?
Wat zou mijn hart, wat zou mijn oog,
Op aarde nevens U toch lusten?
Niets is er, waar ik in kan rusten.
Bezwijkt dan ooit, in bitt’re smart
Of bangen nood, mijn vlees en hart,
Zo zult Gij zijn voor mijn gemoed
Mijn rots, mijn deel, mijn eeuwig goed.”
(Psalm 37:13 – berijming van 1773)

Gerelateerde afbeelding

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s