Met mijn ogen dicht

“Een kaars kan duizenden andere kaarsen aansteken en wordt er op geen enkele manier minder van, maar herleeft juist op duizend manieren. 
Het enige leven dat het leven waard is, is het leven dat je verliest.”
– Ann Voskamp in Gebroken leven-

Ik zet het oude houten trapje dat mij naar de bergzolder heeft gebracht even rechtop. Jezra speelt boven en ik wil liever niet dat hij ook dat gammele stijle trappetje op gaat.
Ik zoek met een zaklamp naar de foto albums, in ons vorige huis lagen ze altijd beneden en de enige die nu beneden ligt is al haast versleten van het op halen van de herrinneringen met de jongens (wie heeft ooit bedacht dat fotoboeken perfect netjes moeten blijven). Ik sjouw de stapel herrinneringen naar het gat in de zolder. Wil de trap schuin zetten, maar hij glijd weg… de trap glijd weg en valt op de grond beneden mij. “Oh, ooow” zegt Jezra. Ik zeg iets anders en kijk daarna wanhopig naar beneden en omhoog naar God en zeg: “wat nu? WAT NU? Mijn trap is weg en mijn zoontje speelt drie meter onder mij. Terwijl ik me afvraag of dit een manier is van gebroken worden, kijk ik over de schemerige zolder naar iets waarmee ik de trap omhoog kan hengelen. Tevergeefs, een oude gitaar is niet langer dan anderhalve meter.
Ik zou m’n benen breken als ik omlaag spring boven op dat houten onding. En terwijl ik Jezra geruststel met zoete woordjes dat mama zo komt, nog heel eventjes, kijk ik weer naar de lage verdieping onder mij, die lager is dan ooit. Terwijl Jezra op de vensterbank van zijn kamer klautert en aan de hendels van het raam gaat trekken moet ik de sprong wagen. Ik gooi dekens, kussens, zakken met kleding op de trap, schiet een gebedje omhoog terwijl ik m’n ogen dicht doe en spring.

De telefoon gaat en ik weet dat het Jacob is die belt voor het wachtwoord van een skypegesprek dat een aantal minuten geleden zou beginnen. Ik schreeuw huilerig tegen hem dat ik dat nu echt niet weet omdat ik net van de zolder afgesprongen ben.
‘O stoer van je zeg’. ….. Alles wordt stil, alles om me heen veranderd… wát zeg je? Stoehoeer? Weet je hoe eng ik het vond.
Als Judah later mijn verhaal aanhoord zegt hij ookal: Soow mam, daar ben jij echt goed in zeg?

Het springen van de zolder staat voor mij voortaan symbool als een illustratie van gebrokenheid. Jezelf geven in Gods handen, zoals Jezus zich gebroken liet worden aan het kruis en daar vóór dankte terwijl hij het brood brak… dat is stoer, dat is moed, dat is iets anders dan die lafhartige geest die ik zo vaak inmezelf ontdek. Die zichzelf wil beschermen, de situatie in handen wil houden, bang is mezelf perongeluk weg te geven en kwijt te raken terwijl ik oefen in een ‘gevend leven’.

“De overvloedige weg naar het leven is de paradoxaal gebroken weg:
Geloven dat we leven met voldoende tijd, voldoende middelen, voldoende God.
Iedere angst om iets te geven aan Gods koninkrijk zit helemaal mis. “
– Ann Voskamp in Gebroken leven-

Afbeeldingsresultaat voor met kaars kaars aansteken

De ‘Immanuël’ van alledag

Terwijl ik behoorlijk gefrustreerd met grote stappen wegbeen -Jezra op mijn heup, mijn kin omhoog- en de deur perongelijk te hard dicht laat knallen, vraag ik het me weer af: is dit het alledaagse waarin Jezus wil ‘zijn’? Waarin Hij Zijn kracht wil laten manifesteren? Waarin Hij Immanuël is?
Zojuist heb ik de twee oude van dagen uit de Licht-keuken weg gebonjourd met de opdracht om voor zichzelf een kopje warme koffie in te schenken en het zichzelf gemakkelijk te maken in een stoel – een aardig eindje bij mij vandaan- met de boodschap: Kijk uit, ik ben een beetje chagerijnig.

Het was zo, ik had gepland dat ik precies genoeg tijd had om nog te lezen en te bidden voor ik naar het lichthuis zou gaan om voor te bereiden voor de brunch. Jacob nam de boys alvast mee en ik gaf Jezra’s knuffels mee, in de veronderstelling dat de boodschap dat duidelijk is dattie zodra hij in ’t LIchthuis is naar bed mag voor z’n slaapje.
Thuis gelezen over gebroken worden om uit te delen. Jezus gebroken. Ik gebroken.
Gebroken worden. Dat is iets wat sinds we hier in Breda wonen gebeurd. Keer op keer gebroken worden. Dwars door de midden. En nog eens KRAK en nog eens Krak.. Ja Heer, breek me maar! Echt waar. Ik wil Uw overvloed ervaren. U mag mij uitdelen.

Met mijn protesterende kind op m’n arm bij het bedje, probeer ik zijn slaapliedje te zingen. Over Jezus. Frustratie en Jezus, controle en nemen zoals het komt… het botert niet, het kan niet samen gaan. Is dit gebroken worden Heer? Bent u hier in deze -uit de aarde- aardse situatie? Hier in het leven van een mama in de knoop?

Ik weet dat het zo is. Maar het is zo alledaags, zo aards. In mijn normale rommelige leven. Immanuël. Juist daar…

 

Afbeeldingsresultaat voor scherven

 

 

 

31 oktober: halloween… ehh hervormingsdag

‘Het is bijna 31 oktober, we weten waarschijnlijk allemaal wat er dan aan de hand is’ zo begint de voorganger zijn preek. Ik word blij! Herkenning boven de rivieren over halloween en al het gegriezel had ik niet verwacht.
Hier kan het je niet ontgaan dat de oude traditie van Allerzielen voortleeft, en alle ‘versieringen’ zijn voor Judah heel indrukwekkend. Kon ik hem vorig jaar nog al pratend naar de andere kant van de straat laten kijken naar zogenaamde prachtige taferelen i.p.v. naar een spook-huis, nu zittie er midden in. Zijn buurvriendinnetje houdt een heus halloween partijtje met spoken, vleermuizen, oogballen in een potje (de meest interessante voor onze oudste) en uitgeholde pompoenen met griezelige een-tand grimassen. En de griezel-kinderboekenweek op school is hem ook niet ontgaan.

De voorganger vervolgt: “…we herdenken wat Luther 500 jaar deed….” meer hoor ik even niet. Het is alsof ik mijn hoofd ergens in Breda moet gaan halen terwijl de rest hier in de kerk z’n best doet zich 1) niet te schamen, m’n opa zou es moeten weten… 2) niet boos te worden over àààl die christenen die niet weten wat de rest van de Nederlanders doen op de 31e. Ik overdrijf. Maar ik zeg je eerlijk het is soms een hele klus om je zelf verenigd te blijven voelen met christelijke christenen. Mijn schoonmoeder vroeg me laatst of ik me soms eenzaam voel hier in Breda. Op dit moment vooral hier in dan. Je met je gezin en je hele hebben en houwen in zo’n andere leefwereld begeven met alle keuzes, situaties etc die daarbij komen kijken. Het lijkt soms alsof er een kloofje ontstaat tussen wat eerst zo veilig voelde en wat nu mijn thuis is.

Wij hebben goede engelen gemaakt. Ze hangen aan het plafond. De één is breed gespierd en heeft een zwaard, de ander heeft een fluit of accordeon (brabantser kan niet, is’t wel?) en dienende engelen… Samen met Judah psalm 91 gelezen uit de BGT, alsof het recht in z’n hartje gelegd wordt, hij kijkt blij, hij kijkt veilig…
Of hij wat engelen mee naar boven mag nemen voor in z’n slaapkamer. “Lieverd, de Heer is altijd bij je. Hij stuurt Zijn engelen als je ze nodig hebt”

Bij de Heer ben ik veilig, Hij is de allerhoogste God.
Ik zeg: U beschermt me, ik hoef niet bang te zijn (…)
Want de Heer stuurt Zijn engelen,
zij zullen je altijd beschermen, waar je ook bent. (Psalm 91)

op missie in Breda