Tagarchief: cultuur

Over luizenmoeder, harde grond en dorst

Ik zei het gister nog: wàt geniet ik van ons werk. De mensen, de mooiheid van mensen, hun karakter, ziel, liefde.

Als ik soms nog denk dat ik hier vooral kwam om te geven (zelfs het Mooiste Cadeau) , al snel krijg ik vooral zoveel: eerlijkheid in vriendschappen waar heel wat christenen hun vingers doorgaans niet aan willen branden, openheid en nieuwheid als het gaat om ideeen over of ervaringen met God die zo vaak veel dichter bij de de écht Jezus liggen als die van mij. De moeite die gedaan wordt om iets speciaals voor mij te maken of uit te kiezen. De zorgvuldigheid maar o zo persoonlijke feedback die ik krijg wanneer vriendin vind dat ik te snel ja heb gezegd op iets wat eigenlijk teveel is (ja maar, ik moet toch dienen).

Specifieker, ik hou van Nederlanders, ik hou van mijn generatie.. zo open.
Volgens mij is er geen generatie zó open geweest voor Messias. Ja, het klopt wel, open voor alles, maar ook wagenwijd open voor Hem. Zo dorstig, monden wagenwijd open om zich te kunnen laven aan het levend water dat hun dorst zal lessen. Meer, méér water. Blijven drinken…
Neem nou de wijdvermaarde serie Luizenmoeder. Van links en rechts  en van boven (de rivieren) en onder commentaar. Maar kíjk, KIJK naar deze mensen. Het is de generatie van nu en straks. Zijn ze niet allemaal wagenwijd open? (Jij maakt nu toch ook een rondedansje! Dit is toch fantastisch! Al deze prachtig mooie mensen, creaties van een persoonlijke God. Niet van een engeltje op hun schouder wil contact, de Allerhoogste Himself)

Droge grond is hard. Ja… harde grond. Zeggen we vaak ‘harde grond voor het Evangelie’.
Droge grond is hard, droge grond is stoffig, droge grond krijgt scheuren. Hoe droger, hoe groter de scheuren, gapende wonden, wagenwijde monden voor… ja inderdaad. Voor water.

Elia was een mens als wij. Hij bad om regen (na immense droogte) en ‘de hemel gaf regen en de aarde bracht haar vrucht voort’ (Jak.5)

Onder ‘mij raak je niet’ of ‘ik tolereer alles’ of ‘ik ben de enige norm’… zitten harten met droge bodem, klaar voor regen uit de hemel.

Bid ik voor regen? Verwacht ik vrucht? Juist bij deze generatie.

Harde grond, je mag het van mij best zeggen. Maar bedenk dan wel: harde grond = dorstige grond en heeft alles te maken met wagenwijd open en heel, heel, heel veel dorst!

Giet je mee?

Afbeeldingsresultaat voor water on dry ground flower

Stof zijt gij

Daar reed zowaar de paus door Breda, omringt door zijn getrouwe dienaren zong hij een …. ach laat ook maar.
Met carnaval is het wel weer even heel duidelijk. Breda is klaar met de kerk, klaar met het gezag dat zij jarenlang uitoefende.
Woensdag vertelde een oude Bredanaar hoe en waarom men het askruisje ging halen op aswoensdag en: “tja, wat moest je dan ookal weer tegen de priester zeggen, de tweede regel weet ik nog wel …. tot stof zult gij wederkeren.”

“Stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren” zei ik de dag erna tegen een andere katoliek van ooit… “Ik hoop dan wel dat het zijde lappen zijn en geen grof katoen” antwoorde hij.
Ik ben bang dat de katoliek kerk hier in as ligt, de welopgevoede katolieke kindertjes van toen die voor schooltijd om 7:00 de kerkbanken inschoven voor de eerste mis, ging je er niet heen dan zwaaide er wat, weten niet wat al het geleerde betekend.

Carnaval is voorbij, de lege flesjes, blikje, confetti en kapotte berenpakken liggen langs de weg. In zak en as zit niemand, geen askruisjes meer, geen vastenstijd meer.

De gore grapjes, het gelal van een nep paus.
Het opzeggen van honderden kinderstemmetjes van het ‘Wees gegroet’ en het ‘Onze Vader’, het is verstomd.

Toch niet helemaal… mijn in dino-pak gekleede jongen, nog opgetogen van de verkleedpolonaise op school, zingt ‘Ina hazal joum’ (dit is de dag in Arabisch), zijn jongere broertje haakt enthousiast aan… Ik hoop, bid, geloof dat -hoewel arabisch- de inhoud voor hen levendig zal blijven en niet in rook op zal gaan.